Creativiteit stimuleer je met structuur
Creativiteit stimuleer je met structuur
Interview met docent beeldend/auteur
‘Neem kinderen bij de hand, dan kunnen ze creatief zijn.’ Dit motto ligt aan de basis van de lesmethode Laat maar zien van docent/auteur Jos van Onna.
Creativiteit is niet iets wat je hebt of niet hebt, maar iets wat je kunt ontwikkelen. Dat is de vaste overtuiging van Jos van Onna. Hij heeft duidelijke ideeën over hoe je die creativiteit of scheppingskracht kunt stimuleren: ‘Leerkrachten denken vaak dat creativiteit gedijt als je kinderen de ruimte geeft. Maar het tegendeel is waar.’ Hij geeft als voorbeeld de doorsnee tekenles, waarbij leerlingen het onderwerp voor een tekening krijgen voorgeschoteld. ‘De leerkracht zegt er misschien nog bij “gebruik je fantasie” en zet dan de klas aan het werk. Twee leerlingen kunnen het en krijgen complimentjes, de anderen prutsen maar wat, raken gefrustreerd en denken dat ze niet kunnen tekenen. Mijn stelling is: door kinderen dingen aan te leren, stimuleer je hen om creatief te zijn.’
Huizen
Van Onna´s online lesmethode Laat maar zien biedt leerkrachten handvatten om het creatieve proces van leerlingen te voeden en te begeleiden met informatie. ´Bij de opdracht “teken een huis” stel je bijvoorbeeld vragen over wat voor soort huizen ze mooi vinden. Je laat hen bovendien voorbeelden van kunstwerken zien en je vertelt over verschillende materialen en technieken. Zo help je leerlingen bij hun creatieve proces.’
Duw je kinderen daarmee niet te veel in een bepaalde richting? Van Onna schudt beslist zijn hoofd: ‘Nee, je reikt hen juist mogelijkheden aan.’ Laat een leerling die dat wil, gerust eerst een plaatje of voorbeeld natekenen. ‘Dat is juist een mooi aanknopingspunt om op voort te bouwen. Zo leid je leerlingen van het onbereikbare naar het bereikbare.’
Durf
Werken met deze methode biedt de leerkracht vooral zelfvertrouwen, stelt Van Onna. ‘Veel leerkrachten denken zelf ook dat ze niet kunnen tekenen, dat merk ik dagelijks bij mijn pabostudenten. Met Laat maar zien ontdekken ze dat ze wel degelijk iets kunnen. Het is een kwestie van beter leren kijken en van begrijpen hoe je bepaalde materialen gebruikt.’
De methode biedt leerkrachten vakinhoudelijke bagage, zoals talloze lessen met kijk- en techniekvoorbeelden die ze in de klas op het digibord kunnen laten zien. Gevoegd bij de pedagogische professionaliteit van de leerkracht - zoals weten welk kind welk duwtje nodig heeft - zorgt voor goede beeldende lessen.
Durf als leerkracht kinderen ook te wijzen op wat beter kan, adviseert Van Onna. ‘Als je altijd maar zegt dat een werkstuk mooi is, voelt een kind zich niet serieus genomen. Bovendien degradeer je jezelf daarmee tot iemand die louter aanwezig is.’ Nog een tip: leer kinderen dat veel uitproberen en schetsen erbij horen. ‘Dat doen echte kunstenaars ook. Dus leer kinderen om niet meteen hun gum te pakken en alles uit te wissen, maar laat ze hun schetsen juist bewaren.’
Jos van Onna

Jos van Onna is docent beeldend onderwijs aan de pabo in Amsterdam. Hij is auteur van het didactiekboek voor beeldend onderwijs Laat maar zien. Ook is hij mede-initiatiefnemer van de online lesmethode Laat maar zien. Hij werkte voor SLO mee aan de vakcompetenties voor beeldende vakken. Tijdens de COT 2012 gaf hij de workshop ‘Les is meer’.
Meer informatie over de online lesmethode Laat maar Zien.

