Beeldend werk beoordelen samen met leerlingen
Beeldend werk beoordelen samen met leerlingen
Artikel
Het beeldend werk van leerlingen in het PO wordt op meer dan de helft van de basisscholen niet beoordeeld. En op scholen waar dat wel gebeurt, kijken leerkrachten vooral naar creativiteit en werkhouding. Technische vaardigheden krijgen veel minder aandacht.
Beoordelen belangrijk
Kinderen leren het meest als je hun beeldend werk beoordeelt op van tevoren aan hen bekend gemaakte criteria. Bij de bespreking wordt dan namelijk het proces dat ze hebben doorgemaakt inzichtelijk maakt. Bovendien dwingen criteria voor beoordeling de leerkracht om na te denken over welke onderdelen werkelijk belangrijk zijn en waarom. Dat helpt bij het ontwikkelen van een leerlijn waarbij opdrachten voortbouwen op eerder werk.
Hoe beoordelen?
Een duidelijke opdracht vooraf, is een voorwaarde voor een beoordeling achteraf. Door duidelijk aan te geven waar een tekening aan moet voldoen, is het gemakkelijker om achteraf te kijken of het ook gelukt is. Denk bijvoorbeeld aan een of twee beeldaspecten. Vervolgens kun je materialen en technieken laten zien en de kinderen een instructie geven.
Na de opdracht en de instructie kun je met leerlingen op drie momenten reflecteren. Aan het begin kun je bespreken wat ze gaan maken en hoe ze het aan gaan pakken. Wanneer de leerlingen aan het werk gaan, kun je tussentijds individueel of klassikaal het werk bespreken. Daarbij kunnen zowel de beeldaspecten als de techniek aan bod komen. Kinderen kunnen door van elkaar te leren hun eigen werk verbeteren.
Bij de uiteindelijke beoordeling worden de aandachtspunten uit de opdracht weer teruggehaald. De kinderen kunnen hun mening geven en uitleggen waarom ze een techniek of beeldaspect goed vinden. Ook wordt door de verscheidenheid aan resultaten duidelijk hoeveel oplossingen er mogelijk zijn binnen een opdracht.
Naast deze beoordeling van het eindproduct, kan ook het proces beoordeeld worden. Daarbij let je vooral op de werkhouding van de leerling.
Portfolio
Om de ontwikkeling van kinderen bij te houden, laat je ze een portfolio bijhouden: een map waarin een door de dleerling zelf gemaakte selectie van representatief werk wordt verzameld. Soms kan (ook) een digitaal portfolio handig zijn: ingescande foto's van werkstukken aangevuld met (zelfgeschreven) teksten, audio- en videofragmenten. In een portfolio wordt de ontwikkeling die een leerling doormaakt zichtbaar, en daar kun je aan het eind van het jaar of semester samen op reflecteren.
U-vormige ontwikkeling
Howard Gardner en Ellen Winner ontwikkelden een theorie over de U-vormige beeldende ontwikkeling. In plaats van een progressieve ontwikkeling, blijken de teken- en schildervaardigheden bij opgroeiende kinderen juist te verminderen. Als kinderen ouder worden gaan ze conventioneler tekenen, dat begint zo rond de acht jaar. Door op dat moment kinderen goed te begeleiden in hun ontwikkeling en creativiteit, kan de kwaliteit van hun werk uiteindelijk toenemen.
Bij een klein aantal leerlingen keert de oorspronkelijkheid terug in de pubertijd. In die gevallen heeft de beeldende ontwikkeling een U-vorm. Veel mensen blijven echter steken op het niveau van een kind, dan is er sprake van een L-vormige ontwikkeling.
Meer informatie
Bekijk ook de volgende websites:
Onderzoek
Cultuurnetwerk Nederland deed in het kader van de bijzondere leerstoel cultuureducatie en cultuurparticipatie onderzoek naar beeldende producten van leerlingen van verschillende leeftijdsgroepen en naar de beoordeling daarvan.
Meer over het onderzoek

