Over icc

Het beste cultuuronderwijs voor ieder kind

Het doel van het landelijke project interne cultuurcoördinator (icc-project) voor de komende jaren is: op iedere basisschool in Nederland cultuureducatie met kwaliteit. Met de icc-cursus wordt eraan gewerkt dat er op alle basisscholen minstens één interne cultuurcoördinator (icc’er) werkzaam is, die garant staat voor deze kwaliteit. Bij het icc-project hoort ook een goede landelijke infrastructuur met netwerken, scholing, een cultuuraanbod en ondersteunende overheden. Bovendien richt het project zich op de aanbieders en producenten van cultuureducatie. Deze groep speelt een belangrijke rol als gespreks- en samenwerkingspartner voor de cultuurcoördinator.

Informatie en inspiratie

De interactieve website Cultuurcoordinator.nl is voor iedereen die te maken heeft met cultuuronderwijs op school. De site is een bron van inspiratie en informatie voor cultuurcoördinatoren, trainers, cultuuraanbieders, leerkrachten, directeuren en bestuurders van basisscholen, pabodocenten en -studenten, beleidsmakers en ouders van leerlingen.

Icc-cursus

De icc-cursus is in 2004 ontwikkeld door een divers team van experts onder leiding van Jan Stoel en Joop Mols. De eerste cursussen werden gegeven in 2005. Van 2006 tot 2013 was het project ondergebracht bij Cultuurnetwerk Nederland, dat met ingang van 2013 is opgegaan in het Landelijk Kennisinstituut voor Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA). De cursus wordt overal in het land gegeven door daartoe speciaal opgeleide icc-trainers. Inmiddels zijn er bijna 5000 interne cultuurcoördinatoren (stand januari 2013).
Meer over de cursus

Organisatie

Het icc-project wordt vanaf 1 januari 2013 uitgevoerd door een team van het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA). Het LKCA is de opvolger van Kunstfactor en Cultuurnetwerk Nederland. Voorheen was Cultuurnetwerk uitvoerder van het icc-project. Het projectteam laat zich regelmatig adviseren door ervaringsdeskundigen uit het veld.
Contact 

Culturele levensloop

Het icc-project valt binnen de doelstelling van het LKCA dat zoveel mogelijk mensen een leven lang deelnemen aan kunst en cultuur. Kunst en cultuur zijn van en voor iedereen! In alle fasen van je leven kun je kunstzinnige en culturele uitingen zien, horen en beleven, of zelf kunst beoefenen. Zo ontwikkel je een 'culturele levensloop'. Samen met betrokken professionals wil het LKCA de kwaliteit van ieders culturele levensloop vergroten. 
 

Landelijk kennisinstituut

Het LKCA verzamelt en ontwikkelt kennis op het gebied van cultuureducatie en amateurkunst, en maakt die toegankelijk. Zoals in het icc-project. Dit doet het kennisinstituut onder meer met websites, nieuwsbrieven, publicaties, kennisnetwerken en het organiseren van bijeenkomsten. De doelgroepen van het LKCA zijn professionals, bestuurlijk en artistiek kader in cultuureducatie en amateurkunst. 
Meer informatie vind je op www.lkca.nl
 
sluit dit venster
Zoek verhalen uit de praktijk van icc

Onderwerp:

Alle onderwerpen

Discipline:

Alle disciplines

Extra:

6 van de 194 artikelen weergegeven

Beeldend werk beoordelen samen met leerlingen

Beeldend werk beoordelen samen met leerlingen

13 februari 2012

Artikel

Het beeldend werk van leerlingen in het PO wordt op meer dan de helft van de basisscholen niet beoordeeld. En op scholen waar dat wel gebeurt, kijken leerkrachten vooral naar creativiteit en werkhouding. Technische vaardigheden krijgen veel minder aandacht.

Beoordelen belangrijk

Kinderen leren het meest als je hun beeldend werk beoordeelt op van tevoren aan hen bekend gemaakte criteria. Bij de bespreking wordt dan namelijk het proces dat ze hebben doorgemaakt inzichtelijk maakt. Bovendien dwingen criteria voor beoordeling de leerkracht om na te denken over welke onderdelen werkelijk belangrijk zijn en waarom. Dat helpt bij het ontwikkelen van een leerlijn waarbij opdrachten voortbouwen op eerder werk.

Hoe beoordelen?

Een duidelijke opdracht vooraf, is een voorwaarde voor een beoordeling achteraf. Door duidelijk aan te geven waar een tekening aan moet voldoen, is het gemakkelijker om achteraf te kijken of het ook gelukt is. Denk bijvoorbeeld aan een of twee beeldaspecten. Vervolgens kun je materialen en technieken laten zien en de kinderen een instructie geven.

Na de opdracht en de instructie kun je met leerlingen op drie momenten reflecteren. Aan het begin kun je bespreken wat ze gaan maken en hoe ze het aan gaan pakken. Wanneer de leerlingen aan het werk gaan, kun je tussentijds individueel of klassikaal het werk bespreken. Daarbij kunnen zowel de beeldaspecten als de techniek aan bod komen. Kinderen kunnen door van elkaar te leren hun eigen werk verbeteren.

Bij de uiteindelijke beoordeling worden de aandachtspunten uit de opdracht weer teruggehaald. De kinderen kunnen hun mening geven en uitleggen waarom ze een techniek of beeldaspect goed vinden. Ook wordt door de verscheidenheid aan resultaten duidelijk hoeveel oplossingen er mogelijk zijn binnen een opdracht. 

Naast deze beoordeling van het eindproduct, kan ook het proces beoordeeld worden. Daarbij let je vooral op de werkhouding van de leerling.

Portfolio

Om de ontwikkeling van kinderen bij te houden, laat je ze een portfolio bijhouden: een map waarin een door de dleerling zelf gemaakte selectie van representatief werk wordt verzameld. Soms kan (ook) een digitaal portfolio handig zijn: ingescande foto's van werkstukken aangevuld met (zelfgeschreven) teksten, audio- en videofragmenten. In een portfolio wordt de ontwikkeling die een leerling doormaakt zichtbaar, en daar kun je aan het eind van het jaar of semester samen op reflecteren.

U-vormige ontwikkeling

Howard Gardner en Ellen Winner ontwikkelden een theorie over de U-vormige beeldende ontwikkeling. In plaats van een progressieve ontwikkeling, blijken de teken- en schildervaardigheden bij opgroeiende kinderen juist te verminderen. Als kinderen ouder worden gaan ze conventioneler tekenen, dat begint zo rond de acht jaar. Door op dat moment kinderen goed te begeleiden in hun ontwikkeling en creativiteit, kan de kwaliteit van hun werk uiteindelijk toenemen.

Bij een klein aantal leerlingen keert de oorspronkelijkheid terug in de pubertijd. In die gevallen heeft de beeldende ontwikkeling een U-vorm. Veel mensen blijven echter steken op het niveau van een kind, dan is er sprake van een L-vormige ontwikkeling.

Onderzoek

Cultuurnetwerk Nederland deed in het kader van de bijzondere leerstoel cultuureducatie en cultuurparticipatie onderzoek naar beeldende producten van leerlingen van verschillende leeftijdsgroepen en naar de beoordeling daarvan.
Meer over het onderzoek

Tags bij dit verhaal
Deel dit verhaal